Wat is vermogensaanwasbelasting in box 3 en waarom komt er een nieuw stelsel?
Misschien spaar je voor je eerste woning, staat de overwaarde van je verkochte woning tijdelijk op je rekening of beleg je een deel van je geld naast je hypotheekplannen. Dan kun je te maken krijgen met box 3. In box 3 belast de overheid vermogen dat niet in je eigen woning of onderneming zit, zoals spaargeld, beleggingen, een tweede woning en bepaalde schulden.
De term vermogensaanwasbelasting komt vaak terug in de discussie over een nieuw box 3-stelsel. Bij deze manier van heffen telt niet alleen ontvangen inkomen mee, zoals rente en dividend. Ook een stijging van de waarde van een bezitting kan jaarlijks meetellen als rendement, zelfs als je die bezitting nog niet hebt verkocht. Stijgt de waarde van een aandeel, dan kan die papieren winst dus al relevant zijn voor de belasting. Je hebt de winst dan nog niet als geld op je rekening ontvangen.
Dat is iets anders dan vermogenswinstbelasting. Daarbij wordt waardestijging in beginsel belast wanneer je winst realiseert, bijvoorbeeld als je een belegging of een tweede woning verkoopt. Welke methode uiteindelijk voor welke bezittingen gaat gelden, staat nog niet vast.
Het kabinet wil met de Wet werkelijk rendement box 3 beter aansluiten bij het rendement dat iemand daadwerkelijk behaalt. De term werkelijk rendement klinkt eenvoudig, maar de technische invulling kan verschillen. Het kan gaan om ontvangen rente, dividend, huur en pacht, maar mogelijk ook om waardeontwikkelingen. Werkelijk rendement is dus niet automatisch hetzelfde als geld dat je al hebt ontvangen.
Op het moment van schrijven, 1 oktober 2026, is de vermogensaanwasbelasting nog geen nieuw geldend box 3-stelsel. Voor 2026 geldt nog overgangswetgeving. Daarbij wordt het box 3-inkomen in beginsel berekend met vaste, forfaitaire rendementen per vermogenscategorie. Als je werkelijke rendement lager is, kun je dat in de aangifte doorgeven. De Belastingdienst gebruikt dan de voor jou voordeligste uitkomst.
Wat is het verschil tussen een wetsvoorstel en een definitieve box 3-regel?
Een wetsvoorstel is geen wet die al voor iedereen geldt. Het kabinet kan een plan indienen, maar daarna volgt behandeling in het parlement. Kamerleden kunnen het voorstel bespreken en de Tweede Kamer kan de tekst aanpassen. Pas als beide Kamers hebben ingestemd en de wet is gepubliceerd in het Staatsblad, is er sprake van geldend recht.
Dat onderscheid is belangrijk bij box 3. Het oorspronkelijke voorstel voor de Wet werkelijk rendement box 3 bevatte een combinatie van vermogensaanwasbelasting en vermogenswinstbelasting. Voor veel bezittingen zou een jaarlijkse waardeverandering meetellen. Voor onder meer onroerende zaken was juist belasting bij verkoop voorzien.
Eind september 2026 heeft het kabinet bovendien aangekondigd een novelle te willen indienen. Een novelle is een apart wetsvoorstel waarmee een eerder wetsvoorstel wordt aangepast. Volgens die aankondiging wil het kabinet financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties, vanaf 2028 zoveel mogelijk onder vermogenswinstbelasting brengen. Dan zou koerswinst in beginsel pas bij verkoop of een andere realisatie worden belast.
Deze aankondiging is nadrukkelijk nog geen definitieve regeling. De novelle moet nog worden ingediend en vervolgens worden behandeld door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Ook details over overgangsrecht, waardering, kosten en de precieze ingangsdatum kunnen nog veranderen.
Wat beslist de Tweede Kamer over het nieuwe box 3-stelsel?
De Tweede Kamer behandelt een wetsvoorstel inhoudelijk. Kamerleden stellen vragen aan het kabinet, voeren debat en kunnen amendementen indienen. Een amendement is een wijziging van de wettekst. Daarna stemt de Tweede Kamer over het voorstel en de eventuele wijzigingen.
De Tweede Kamer heeft wetsvoorstel 36.748, de Wet werkelijk rendement box 3, op 12 februari 2026 aangenomen. Dat betekent dat de Tweede Kamer akkoord is gegaan met de tekst die toen voorlag. Het voorstel is daarmee verder gekomen dan een kabinetsplan, maar het is nog geen definitieve wet.
De aangekondigde novelle van eind september 2026 moet opnieuw langs de Tweede Kamer. Juist voor mensen met beleggingen kan die wijziging belangrijk zijn. In het oorspronkelijke voorstel konden waardestijgingen van veel beleggingen jaarlijks worden belast. Het kabinet wil nu voor financiële instrumenten veel vaker uitgaan van heffing bij verkoop. Of de Tweede Kamer daarmee instemt en welke tekst uiteindelijk overblijft, is op 1 oktober 2026 nog onzeker.
Het kabinet streeft naar invoering van een nieuw stelsel per 1 januari 2028. Dat is een doel, geen zekerheid. De parlementaire behandeling moet daarvoor op tijd zijn afgerond en de uitvoering moet haalbaar zijn.
Welke rol heeft de Eerste Kamer bij de vermogensaanwasbelasting?
Nadat de Tweede Kamer een wetsvoorstel heeft aangenomen, gaat het naar de Eerste Kamer. De Eerste Kamer kijkt vooral naar de kwaliteit, uitvoerbaarheid en juridische gevolgen van wetgeving. Zij kan een wetsvoorstel aannemen of verwerpen. Anders dan de Tweede Kamer kan de Eerste Kamer de tekst niet zelf met amendementen wijzigen.
Bij grote bezwaren kan de regering ervoor kiezen om een novelle in te dienen. Daarmee kan de regering de wet alsnog aanpassen. Zo'n novelle doorloopt vervolgens ook de behandeling in beide Kamers. De Eerste Kamer wacht in de praktijk soms met een eindbesluit over het hoofdvoorstel totdat duidelijk is wat er met een aangekondigde novelle gebeurt.
Voor wetsvoorstel 36.748 geldt dat de Eerste Kamer het op 1 oktober 2026 nog niet heeft aangenomen. De behandeling vond eerder plaats, maar de stemming is aangehouden in afwachting van aangekondigde novelles. De Eerste Kamercommissie Financiën heeft overleg over de voortgang voorzien na deze peildatum. Kijk voor de actuele stand altijd in het officiële dossier bij de Eerste Kamer of op overheid.nl.
Zolang de Eerste Kamer niet heeft ingestemd, en de wet niet is gepubliceerd, geldt het nieuwe stelsel dus niet. Dat voorkomt dat je een aangekondigd plan al behandelt alsof het een vaste fiscale regel is.
Wat kan het nieuwe box 3-stelsel betekenen voor jouw spaargeld, beleggingen of woninggeld?
In 2026 gelden nog de huidige box 3-regels. Het heffingsvrije vermogen is in 2026 € 59.357 per persoon en € 118.714 met een fiscale partner. De peildatum is 1 januari 2026. Over het berekende box 3-inkomen betaal je in 2026 36% belasting.
Voor banktegoeden geldt in 2026 een voorlopig forfaitair rendement van 1,28%. Voor overige bezittingen, waaronder beleggingen, crypto en een tweede woning, geldt 6,00%. Voor schulden geldt een voorlopig forfaitair rendement van 2,70%. De definitieve percentages voor banktegoeden en schulden worden begin 2027 vastgesteld. Is je werkelijke rendement in 2026 lager dan de forfaitaire berekening, dan kun je dit doorgeven in je aangifte. De Belastingdienst past de voordeligste uitkomst toe.
Voor spaargeld kan een toekomstig stelsel op basis van werkelijk rendement betekenen dat de ontvangen spaarrente belangrijker wordt dan een vast verondersteld rendement. Het gaat daarbij niet om opnieuw belasting over je spaargeld zelf, maar om belasting over het rendement. De definitieve regels zijn echter nog niet vastgesteld.
Voor beleggingen is de onzekerheid op dit moment groter. Een jaarlijkse vermogensaanwasbelasting zou betekenen dat een waardestijging kan meetellen voordat je verkoopt. De aangekondigde novelle wijst juist op een mogelijke verschuiving naar vermogenswinstbelasting voor financiële instrumenten. Dan is vooral het moment van verkoop relevant. Neem geen verkoop- of beleggingsbeslissing uitsluitend op basis van deze plannen, want de inhoud en ingangsdatum zijn nog niet definitief.
De woning die jouw hoofdverblijf is, valt in box 1 en niet in box 3. Ook de overwaarde die in je eigen woning zit, valt niet in box 3. Verkoop je die woning en staat de opbrengst vervolgens op je betaal- of spaarrekening, dan kan dat geld wel box 3-vermogen zijn als je boven de vrijstelling uitkomt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als je eerst verkoopt en pas later een volgende woning koopt.
Een tweede woning of verhuurde woning valt in 2026 in beginsel wel in box 3. In het voorgestelde nieuwe stelsel was voor vastgoed al belasting bij realisatie, bijvoorbeeld bij verkoop, voorzien. De precieze regels hierover zijn nog onderwerp van politieke en technische uitwerking.
Box 3 staat los van de maximale hypotheekberekening. Een groot bedrag op je rekening kan wel invloed hebben op jouw eigen inbreng, buffer en woonplanning. Het bepaalt niet automatisch hoeveel je kunt lenen.
Wat kun je in 2026 al doen terwijl de definitieve regels nog niet vaststaan?
De belangrijkste stap is: houd je administratie op orde. Dat helpt nu al bij de tegenbewijsregeling voor werkelijk rendement en kan later ook nuttig zijn als er een nieuw stelsel komt. Bewaar jaaroverzichten van banken en beleggingsplatforms, bankafschriften, ontvangen rente en dividend, aankoop- en verkoopbewijzen van beleggingen en gegevens over transactiekosten.
Heb je vastgoed of een tweede woning, bewaar dan ook relevante waarderingsgegevens, huurinkomsten en documenten over kosten. Heb je tijdelijk woninggeld op je rekening staan? Bewaar dan de koopakte, verkoopakte, afrekening van de notaris en documenten die laten zien wanneer je woning is verkocht of gekocht. Noteer daarnaast je bezittingen en schulden rond 1 januari 2026, omdat die datum voor de reguliere box 3-aangifte van 2026 belangrijk is.
Controleer bij je aangifte over 2026 of het doorgeven van je werkelijke rendement gunstig is. De Belastingdienst biedt deze mogelijkheid sinds aangiftejaar 2025 in de reguliere aangifte. Voor fiscale details en de manier waarop rendement wordt berekend, kun je de informatie van de Belastingdienst raadplegen.
Maak vooral geen overhaaste keuzes omdat je verwacht dat er in 2028 iets verandert. Jouw woonwensen, risico's, beschikbare buffer en planning wegen zwaarder dan een voorstel dat nog niet definitief is. Als je gaat kopen, doorstromen of tijdelijk veel geld aanhoudt na een verkoop, kan een financieel adviseur helpen om de samenhang tussen eigen geld, overwaarde, maandlasten en hypotheekmogelijkheden te beoordelen. Voor de actuele wetgevingsstatus kun je het officiële parlementaire dossier van de Tweede Kamer en Eerste Kamer volgen.